De foto toont een smalle, donkere steeg die zich uitstrekt in de diepte. Het perspectief is recht van achteren, waardoor de kijker als het ware achter de hoofdpersoon aan kijkt. Midden in de steeg loopt een eenzame figuur van de camera af, richting een lichte opening verderop. De persoon is volledig in silhouet te zien. Hij (of zij) draagt een lange, donkere overjas die tot halverwege de kuiten reikt en een hoed met een middelbrede rand, wat doet denken aan een klassieke fedora of trilby. Door het tegenlicht zijn geen gezichtskenmerken zichtbaar; het lichaam vormt een strak, zwart contrast tegen het licht. De houding is rechtop en beheerst, met de armen langs het lichaam, wat een rustige maar enigszins mysterieuze indruk wekt. Het licht speelt een cruciale rol in de sfeer van de foto. Van bovenaf en iets schuin valt zacht, diffuus licht de steeg binnen, waarschijnlijk zonlicht dat door openingen tussen gebouwen of langs brandtrappen naar beneden valt. Deze lichtstralen creëren duidelijke banen in de lucht, alsof er stof of mist aanwezig is. Het licht raakt de natte grond en laat die glanzen, waardoor reflecties ontstaan die de steeg een filmisch, bijna noir-achtig karakter geven. De muren aan weerszijden zijn hoog en dicht op elkaar, vermoedelijk baksteen of beton, met hier en daar leidingen, metalen roosters of trappen die verticaal omhoog lopen. Alles is donker en schaduwrijk, zonder felle kleuren—het palet bestaat vooral uit diepe zwarttinten, grijs en warm goudkleurig See more